Toen we s’ ochtends over het zandpad naar Emilia reden zagen we het al: wat een diepe kuilen in de weg! Even later tijdens de koffie bleek inderdaad ‘kuilen opvullen’ bovenaan de lijst van werkzaamheden te staan. Met twee kruiwagens en vier spades gingen we aan de slag.
Op Emilia’ s erf lag nog een kleine berg grind dat over was van de vorige keer dat de weg was opgevuld. Het leek ons niet genoeg voor alle kuilen. Het thema niet genoeg haakt heerlijk aan op allerlei patronen, en bij het vullen van de eerste kuilen ging het denken al enthousiast van start: ” Zijn dit wel de diepste kuilen? We moeten de diepste het eerste doen, want er is niet genoeg grind”. Ook bemoeide het denken zich met de manier van vullen: “Eigenlijk moet de kuil gevuld worden tot over de rand en tot er een kleine ophoging ontstaat. (Later klinkt het grind nog in). Maar er is niet genoeg grind, dus doe maar heel zuinig.” En zo zat ik continu met de twijfel van welke kuil ik zou doen en hoeveel grind ik kon gebruiken.
Na een paar hakkelende, onzekere kuilen liep de spanning op en begon ik de twijfel hardop naar de anderen te uiten. Even was het stil, en toen bracht iemand heel gewoontjes in herinnering dat het om de aandacht ging. Als een golf van opluchting gingen die woorden door me heen. Een last viel van me af. De aandacht… natuurlijk, het gaat om de aandacht! Het gaat niet om denken, maar om voelen. Voelen of het klopt.
Opnieuw zette ik me aan de taak. Elke kuil kreeg volle aandacht, alsof het de enige kuil ooit was. Elke kuil kreeg wat er nodig was. Bewegingen werden vreugdevol en vloeiend. Prompt kwamen er blije en dankbare buren langs. Wat prachtig om te doen!

